Aanwakkerend vertaalverlangen

Recensie Schrijven als een ander – Maarten Steenmeijer

Door gastblogger Maaike Harkink


Wereldbibliotheek 2015

ISBN 978 90 284 2617 7

175 pagina’s; € 15,95 paperback


Nederland heeft een literaire vertaalcultuur waar menig ander land jaloers op is, schrijft Maarten

Steenmeijer: er wordt veel literatuur vertaald, er is een mooi Letterenfonds dat literaire vertalingen

subsidieert, er zijn vertaalprijzen, een sympathiek vertaaltijdschrift (Filter), literair vertalen is op

universiteiten bezig met een comeback. Kortom, het vak (literair) vertalen stijgt in populariteit en nu is er

ook dit nieuwe boek, dat zeker bijdraagt aan de promotie van het vak. Maarten Steenmeijers Schrijven als

een ander geeft een inkijkje in wat het vak literair vertalen nu eigenlijk inhoudt. Het is voor iedereen die

geïnteresseerd is in literatuur leuk om te lezen, maar voor de vertaler in spe is het vooral een goudmijntje.

De theorie waar je als student vertalen mee te maken krijgt (Schleiermacher, Jakobson, Barthes, Hönig)

wordt in dit boek gekoppeld aan de praktijk en op die manier concreet inzichtelijk. Er komen voorbeelden

langs van vertalingen waar iets aan wringt maar voor een keer passeren ook goede vertalingen de revue.

Die afwisseling is erg prettig. Het boek probeert antwoord te geven op de vragen: wat is literair vertalen?

Wat is stijl? Hoe verhoudt de stijl van de vertaling zich tot die van het origineel? Wat is de rol van de

vertaler, en wat is de taak van de vertaler? Allemaal vragen waar je zelf als beginnend vertaler mee

worstelt en waar Steenmeijer zijn inspirerende visie op geeft.


Maarten Steenmeijer (1954) is hoogleraar Spaanse Letterkunde en Cultuur aan de Radboud Universiteit

Nijmegen, criticus bij de Volkskrant, schrijver; o.a. Spanje is anders (1992), Mythenbouwers van de Nieuwe

Wereld (1996), Moderne Spaanse en Spaans-Amerikaanse Literatuur (2009) en vertaler van onder meer Jorge

Luis Borges. Hij is, kortom, een deskundige met jarenlange ervaring, maar zijn stijl is jong en fris.

Misschien komt dit door de liefde voor zijn vakgebied, die van elke pagina af druppelt en heel aanstekelijk

werkt.


Eén van de vragen die worden gesteld in Schrijven als een ander is: wat is een goede vertaler nu eigenlijk?

Iemand die kan ‘schrijven als een ander’? Zoals die ander, de originele schrijver? Zonder daarin zijn eigen

handtekening achter te laten? Steenmeijer legt de titel van zijn boek als volgt uit: ‘Een vertaler valt niet

samen met de stem of stijl van de ander, maar ook niet met die van hemzelf. Hij waart rond in het

schemergebied tussen deze twee polen. Hij is een hybridische schrijver, die schrijft als een ander maar

ook als zichzelf’ (87). Waar velen het zien als iets ongewenst dat een vertaler een eigen stijl zou hebben – 

de vertaler zou in hun ogen puur en alleen de stem van de originele schrijver moeten overbrengen, de

tekst van de schrijver is heilig en de tekst van de vertaler dient daar zo dicht mogelijk bij in de buurt te

komen – is Maarten Steenmeijer een warm pleitbezorger van het behoud van de eigen stem van de

vertaler. Volgens hem kan een vertaler nooit voor 100% de stijl van de schrijver overbrengen, omdat hij

niet om zijn eigen stem heen kán: ‘We hebben allemaal onze eigen patronen: ons eigen vocabulaire, ons

eigen idioom, onze eigen constructies, ons eigen ritme, onze eigen toon, onze eigen allergieën en onze

eigen voorkeuren voor bepaalde woorden, constructies en zegswijzen’ (63). Als voorbeeld hierbij geeft hij

voorlezen. De één leest eenzelfde verhaal heel anders voor dan de ander en legt nadruk op andere

dingen. Deze twee mensen zullen zo’n tekst wellicht ook anders vertalen, bepaalde termen iets sterker, of

met andere nadruk vertalen en met lichte accentverschillen tot uiteenlopende vertalingen komen.

Steenmeijer zegt eigenlijk dat dit helemaal niet erg is. Vrij vertaald: iedereen is anders, maar dat is juist

mooi!


Schrijven als een ander biedt handvatten voor wie nieuw is in het vertaalvak. Steenmeijer geeft zijn kennis

door met tips en trucs en geeft met allerlei anekdotes een inkijkje in de wereld van het literair vertalen en

de moeilijkheden en vertaalproblemen waar de vertaler tegenaan kan lopen. Bijvoorbeeld bij de

vertalingen van Mulatta van Miguel Ángel Asturias en Mensenkind van Augusto Roa Bastos, twee

belangrijke romans die, vertaald door één en dezelfde vertaalster, rond 1980 in de hoogtijdagen van de

Spaans-Amerikaanse literatuur uit werden gebracht door uitgeverij Meulenhoff. Beide vertalingen werden

‘neergesabeld’ in de nationale pers. Steenmeijer noemt het ‘extreme voorbeelden van de onmacht die

vertalers parten kan spelen (76)’ en stelt hierbij de kritische vraag of je als vertaler eigenlijk wel een boek

moet vertalen waar je geen vat op krijgt, waar je je niet door aangetrokken voelt, waar je geen band mee

hebt. Daarna beschrijft Steenmeijer iets dat verdacht veel op vertaalkriebels lijkt: ‘Vertaalverlangen: het is

een mooie term voor de band die een vertaler met het origineel zou moeten hebben. Hij wil, net als een

schrijver, een tekst maken die nog niet bestaat in zijn taal, maar die hij al wel voelt kloppen in zijn hoofd

en hart. Dat verlangen is misschien geen garantie, maar wel een voorwaarde voor een goede tekst’

(pagina 77).


Voor de vertaler is het boek waarschijnlijk een feest der herkenning en voor de gewone lezer biedt het

een kijkje in de complexe keuken van het vertaalvak. Bij beiden wordt hopelijk het vertaalverlangen

aangewakkerd, want Schrijven als een ander gaat eigenlijk gewoon over het hebben van vertaalkriebels…



Bibliografie


“Nieuwsshow Fragment.” ‘Schrijven Als Een Ander’ Pleidooi Van Maarten Steenmeijer. NPO.nl. NPO,

14 feb. 2015. Web. 24 mrt. 2015. http://www.npo.nl/nieuwsshow/14-02-

2015/RBX_TROS_702399/RBX_TROS_790308 (http://www.npo.nl/nieuwsshow/14-02-

2015/RBX_TROS_702399/RBX_TROS_790308)

Steenmeijer, Maarten. Schrijven als een ander. Wereldbibliotheek Amsterdam. 2015.